ik ga nergens meer naar toe! Dat denk ik, want bij controle van mijn voicemail is er een alarmerend bericht te horen. De buurman meldt dat één van onze schapen op de provinciale weg loopt! Mijn ultieme nachtmerrie komt uit! Het moet Jantje zijn, die is een week ervoor bij zijn ooien gezet! Misschien is vier stuks niet genoeg?! Ik bel één van mijn medehandlers om hulp en zonder mijn huis nog een blik waardig te keuren rijdt ik de parkeerplek weer af. Onderweg bel ik de buurman, die mij geruststelt; Jan is met behulp van een zoon van de boer, via buurmans tuin teruggejaagd naar zijn veld! Dat is fijn voor even, maar Jan heeft blijkbaar de smaak te pakken! Ik rijdt door naar de boer en hij belooft mij zijn stroomkastje. Jan en zijn ooien staan namelijk slechts achter een flexnet zonder stroom. De boer gaat eerst een hapje eten en zal daarna het kastje uit zijn stal opzoeken! Met geweld duw ik mijn onrust terug en rijdt door naar het veld.
Daar staat mijn medehandler al het aardedonker in te staren, diep weggedoken in extra warme kleding. Ik realiseer mij dat ik geen laarzen aan heb en veel te weinig kleren tegen de kou, die nu aardig begint toe te slaan. Jan was vanmiddag ook al aan het dwalen, hoor ik. We moeten hoe dan ook zorgen het vanavond nog te regelen. Morgenochtend kan hij anders opnieuw tijdens het spitsuur op ooienjacht gaan! Dus toch maar even een hapje eten en warme kleding aantrekken.
Een dik uur later ben ik terug bij de boer. Gehuld in laarzen, thermosokken en -broek en een dubbele jas en even later gewapend met het stroomkastje ploegen medehandler en ik door het bevroren veld. We moeten over wat hekken klimmen en over een smal plankje naar de andere kant van de sloot. Medehandler doet dit vol zelfvertrouwen, ik ben alleen maar bang om in de sloot terecht te komen. Op het “dekveld” willen we voor de zekerheid tellen of we alle zeven schapen nog hebben. Medehandler stuurt zijn hond uit en laat met een zaklamp een krachtige straal licht het donkere veld over snijden. Daar hadden we dus even niet over nagedacht; de schapen zien ons nu niet staan, galopperen dwars door ons heen en met een plof belandt medehandler languit in het be-ijste gras! Na enig puzzelen staat even later het stroomkastje in het veld en te horen aan de tikken moeten de schapen al snel gevoeld hebben dat het flexnet het eind van het veld markeert. We hopen er het beste van en lopen terug naar onze auto’s. Boven ons schittert een heldere sterrenhemel, die nog veel meer winter aankondigt. Ècht, er zijn vervelender manieren om je maandagavond door te brengen!
Meer winter dus en ja, op donderdagochtend ligt daar de eerste sneeuw. Tijdens de verkeerschaos die daarop volgt bedenk ik mij, dat er moet worden bijgevoerd! De eerste paar dagen bijvoeren gaan nog prima. De wegen zijn aardig begaanbaar, de schapen dankbaar en het enige lastige zijn mijn losliggende tenen! Maar afzien heeft ook zijn charme en dus ploeter is vrolijk verder tot op zondagochtend de omstandigheden drastisch veranderen. Waar is de wereld gebleven? En mijn auto, om zomaar wat te roepen! Het trainen vergeten we even, maar er moet wel gevoerd worden! Ik graaf mijn auto uit en vertrek… Landelijke dijkjes en hoge gladde bruggetjes schrap ik uit de routebeschrijving en ik neem de omweg over de provinciale weg. Er is weinig verkeer en wat er rijdt, kruipt over de weg. Sneeuw stuift in grote wolken rond de auto en het zicht is uiterst beperkt. Een route die mij gewoonlijk een dik kwartier kost, leg ik nu af in bijna een uur. Op het grote veld staan de schapen in een vuilwit kluitje af te steken tegen al het wit van de sneeuw. Als jonge hondjes komen ze aanstormen en ik hoef niet eens met de voerbak te rammelen. Bij het dekveld parkeer ik de auto op het terrein van de boer en afgezien van een knokpartijtje tussen de kleine rammetjes, is het enthousiasme ook daar groot. Ik strooi hooi en schapenkorrels, voel mij weldoener en stap tevreden in de auto.
Tja, en dan moet je een heuveltje òp om het erf te verlaten… Jolig glijdt de auto naar links de struiken in. Ach, even in zijn achteruit en nog een keer proberen maar! Nee, de auto heeft zichzelf sneeuwpret belooft en schuift fanatiek naar rechts tegen een grote plantenbak aan. En daarna heeft hij er helemaal geen zin meer in. Wat nu? Het is zondagochtend en ik sta scheef tussen struiken en plantenbak de uitgang van het erf te blokkeren, met vier onrustige honden in de auto. Ik had ze een sneeuwwandeling beloofd! Ik besluit om toch de boer maar even om hulp te vragen. Ik vind hem een eindje verder op zijn erf, druk doende met sneeuw schuiven. Hij is laaiend enthousiast over het weer, de sneeuw en het uitzicht en na een lekker kopje koffie wil hij graag even helpen met duwen. Ook de boerin helpt en met flink wat aanwijzingen, duwen en heftig slippende banden kom ik uiteindelijk boven het dijkje op! Pfoe, ik parkeer voortaan wel ergens anders! Hier heb ik van geleerd! Dat ik een uurtje later, na de wandeling met de honden, weer twee duw-hulpen nodig heb omdat ik vastzit, laat ik maar even buiten beschouwing. En ook dat Finn, tijdens mijn koffiepauze bij de boer de splinternieuwe koppelriem heeft gesloopt. Zucht!
En dan vandaag. De wegen zijn weer goed te doen, sneeuwschuivers zijn overal flink aan de slag en ik zoef over de provinciale weg. Bij het grote veld geef ik een kerststukje namens alle handlers af bij de buren, wij wensen elkaar fijne dagen, ik train met Neala en Finn en voer de schapen. Bij het dekveld parkeer ik de auto langs de weg. Ook bij de boer geef ik ons kerststukje af en hij wenst mij een zalig kerstfeest. Ik voer de schapen en er wordt vandaag niet geknokt. En dan, als ik terug over het hek klim en hoog op de spijlen mij omdraai, breekt de zon door en zet voor een minieme twintig seconden het spierwitte veld en de tevreden kauwende schapen in een warm zacht kerstlicht! En ik kijk… wat kan een mens gelukkig zijn.
Anna, 22 december 2009