Het trainen van mijn eigen hond van het begin tot het eind. Julie Hill Simpson
Ik begin met mijn hond te leren de schapen naar mij toe te brengen.
Wanneer ik het gevoel heb dat hij ze me in balans naar me toe brengt, waarbij hij zich helemaal op mij en de schapen concentreert, evalueer ik zijn natuurlijke bekwaamheid en zijn trainbaarheid om te kijken hoeveel druk/ontspanning hij nodig heeft.
Dan ga ik over op kleine outruns, waarbij ik hem vraag om te staan of af te gaan, waarbij ik in de richting loop, waarin ik hem wil laten lopen. Hoe dicht ik bij de schapen sta om hem aan te moedigen bij de outrun hangt af van zijn natuurlijke bekwaamheid.
Ik werk aan de outrun, lift en fetch die dan volgen, waarbij ik achteruit loop om mijn hond de kans te geven om de schapen te lezen. Tegelijkertijd werk ik aan de flank commando’s, waarbij ik de natuurlijke flank en het flanken achter mij langs oefen.
Wanneer mijn hond reageert op lichaamstaal en stem, dan laat ik hem veel oefenen op een natuurlijke fetch en drive, waarbij ik naast hem loop. Ik begin aan het “out” commando tijdens het flanken. Hier kan ik het in dit stadium bij laten tot hij meer outrun ontwikkelt.
Wanneer hij dit goed doet, ga ik de outrun verlengen en begin ik aan het drijven in een vierkant, terwijl ik met hem meeloop en daarbij gebruik ik de natuurlijke flank en de flank achter mij langs. Ik ga intussen door met het verlengen van de outrun, het “out” commando op het flanken en het drijven in een vierkant en ik start aan de binnen flank. Rond die tijd maakt hij hopelijk een outrun van ongeveer 200 meter, waarbij hij de flankcommando’s en het drijven in een klein vierkant kan zonder dat ik zoveel met hem mee hoef te lopen.
Normaal gesproken blijf ik een aantal maanden in dit stadium doortrainen tot de hond wat ouder is. Daarna begin ik vaak aan het scheiden. Gedurende deze maanden leert hij daadwerkelijk bij door veel boerderij werk te doen. Dit maak ik zo makkelijk mogelijk door hem te laten werken met ongeveer 100 schapen, waarbij ik hem help met commando’s wanneer hij dat nodig heeft. Ik ga door met hem kleine outruns te laten doen naar een kudde die al bij elkaar staat. Ik begin met simpel scheiden en het “look back” commando.
In dit stadium evalueer ik opnieuw het werkvermogen van mijn hond. Wanneer hij geen zelfvertrouwen genoeg heeft om een kudde schapen te verplaatsen en niet luistert naar commando’s, dan ga ik nog niet verder. Heeft hij dat zelfvertrouwen wel bij deze taken, dan ga ik verder door hem schapen bij elkaar te laten brengen die verspreid staan in een veld.
In kan een hele tijd in dit stadium verder trainen, waarbij ik de hond leer langs alle omheiningen te rennen om alle schapen bij elkaar te krijgen. Ik ga naar grotere velden en verschillende terrein omstandigheden om elk mogelijk aspect te testen.
Ik geef mijn hond zowel natuurlijk werk, maar ook precisie training dat nuttig wordt wanneer we telkens meer werk ervaring krijgen. Ik werk aan het drijven met een paar schapen of een kudde over een grotere afstand en in verschillende richtingen. Ik oefen het scheiden, waarbij ik van mijn hond verwacht dat hij een paar schapen scheidt en ze daarheen brengt waar ze heen moeten. Ik gebruik steeds meer het “look back” commando maar ik houd het nog wel makkelijk.
Als mijn hond het vermogen heeft en getraind wil worden, wanneer hij twee, twee en een half jaar oud is, dan verwacht ik van hem dat hij in staat is een paar schapen of een grotere kudde op te halen van een afstand van 300 tot 600 meter, dat hij flank commando’s en opnieuw uitsturen begrijpt en dat hij schapen drijft naar de plek die ik hem vraag, dat hij schapen kan scheiden tot aan één schaap, dat hij in een pen kan werken met een grote groep schapen, waarbij hij werkt of geduldig wacht zoals hem gevraagd wordt.
Of ik verder ga naar het volgende stadium hangt ervan af of ik denk dat mijn hond dat extra beetje werk- en trainvermogen heeft. Wanneer dat zo is, werk in aan het verlengen van outrun en drive. Ik doe meer aan precisie scheiden; ik scheid bijvoorbeeld lammeren van ooien in een kudde, of een internationale vorm van scheiden waarbij je de schapen laat gaan die je niet nodig hebt en degene achterhoudt die je wel nodig hebt. Ik verhoog de hoeveelheid werk aan de “look back” en de dubbele outrun, waarbij ik oefen in afstand en verschillende richtingen.
Gedurende de training analyseer ik de goede punten en de fouten van mijn hond. Niet elke hond kan zo’n voortgezette training aan. We zijn allemaal op verschillende niveau’s blij, afhankelijk van onze eigen situatie. Ik zie liever een gelukkige hond waaraan minder wordt gevraagd, dan een hond die zover getraind wordt dat hij een hekel aan mij krijgt.
Je kunt geen team zijn tenzij jij en je hond beiden gelukkig en positief zijn. Iedere dag werken geeft een hond sneller ervaring dan wat dan ook. Toen ik net begon had ik dit soort werk niet, dus de vooruitgang van mijn hond was langzamer. Het maakt niet uit hoe lang het duurt voor je je hond getraind hebt, het gaat om het plezier dat je allebei hebt in het harmonieus werken als een team. Mijn doel als trainer is om te proberen dat jullie beiden die harmonie vinden.
Vertaling door Reilley-Keir met toestemming van de auteur en haar uitgever.