Socialisatie. Jon Katz
De socialisatieperiode in het leven van een puppy (ongeveer van vier tot twaalf weken) is “de meest invloedrijke tijd in het leven van een puppy”, zeg Stanley Coren. Dus deze weken zijn de periode waarin ik het trainen het meest serieus neem en er het hardst aan werk.
Het is gedurende deze beslissende periode dat veel van het toekomstige gedrag van de puppy vorm krijg. “Het ongedaan maken van negatieve effecten op het gedrag die voortkomen uit ervaringen tijdens deze levensfase kunnen extreem moeilijk zo niet onmogelijk zijn.” waarschuwt Coren.
Wanneer je een goed opgevoede hond hebt met een goede basis en je socialiseert hem goed, dan kan je veel van de meest pijnlijke problemen voorkomen, die je leven met de hond aantasten – zoals agressie en verwarring over hoe de hond zijn leven aan onze lastige wereld moet aanpassen.
Net zoals training meer inhoudt dan gehoorzaamheid, zo is socialiseren meer dan manieren. Het is het proces waarbij ieder individu – mens of dier – zijn omgeving, zijn sociale wereld leert begrijpen. Hij leert – of niet – de regels en het gedrag dat hem toestaat onze wereld te delen. Wilde dieren leren alleen de regels van wilde dieren. Maar omdat honden zo zijn opgenomen in de mensen wereld, moeten zij onze regels ook leren. Dat maakt hun leven lastig en stressvol.
Het is een geschenk wanneer je een hond vroeg in de socialisatieperiode krijgt. Daarna kan socialisatie een grotere uitdaging worden. Bij een oudere hond, hoe wenselijk dat ook kan zijn om andere redenen, kan het zijn dat we er nooit achterkomen wat hij heeft meegemaakt in het nest of tijdens de socialisatie. Soms geeft dat niet, soms ook wel.
Sociaal gedrag varieert afhankelijk van het ras en de genen. Rassenverschillen zijn complex”, schrijven John Paul Scott en John L. Fuller in “Genetics and the social Behavior of the Dog.” De jachthond rassen die zij bestudeerden werden sterk gemotiveerd door voedsel maar verschilden er waren grote verschillen in agressie; Beagles en Cocker Spaniels waren veel vredelievender; shelties lijken een redelijk hoog agressieniveau te hebben maar zijn relatief weinig geinteresseerd in voedsel.”
Maar de omgeving draagt ook flink bij. Bij een normale manier van grootbrengen worden veel puppies van rond de vijf weken bang voor mensen. Toch verdwijnt deze angst bijna helemaal wanneer zij dagelijks met mensen in aanraking komen, merken Scott en Fuller op. (Goede fokkers zijn zorgvuldig bij voortduring met de puppies bezig.) Bij puppies met weinig menselijk contact wordt de angst steeds erger.
Dus gedurende de socialisatie periode hebben puppies dringend contact nodig met andere puppies en met een veel verschillende mensen. Het hoeft geen overdaad te worden maar zij hebben baat bij blootstelling aan en ervaring met hun sociale omgeving.
Maatgevend voor het succes van vroege socialisatie is hoe makkelijk een hond meeloopt aan de lijn, iets wat duidelijk maakt of de hond zich op zijn gemak voelt bij mensen. Goed gesocialiseerde honden voelen zich veilig bij mensen en willen bij hen in de buurt zijn, en dus zullen zij minder trekken. Een onderzoek uit Maine toonde aan dat puppies die tussen de vijf en negen weken oud voldoende tijd hadden doorgebracht tussen mensen het minste problemen hadden met het meelopen aan de lijn; zij volgden vrolijk met een minimum aan trekken.
Met de hand voeden is een makkelijke weg om je hond te socialiseren, niet alleen binnen de familie maar ook bij vreemden. Hoe meer mensen met een snoepje in de handje pup benaderen hoe beter het is. Het idee is om de hond bloot te stellen aan een zo groot mogelijke varieteit aan aan geluiden en beelden, mensen en dieren, zonder overweldigend te zijn. Het is duidelijk dat wanneer de hond erg bang is voor verkeer, er een langer en voorzichtiger proces van gewenning nodig is. Maar puppies zijn van nature nieuwsgierig en je wil ze vroeg in hun leven al leren dat andere mensen OK zijn, dat kinderen niet kleine honden zijn en dat zij moeten kunnen samenleven met vliegtuigen, andere honden en grasmaaiers. Socialiseren is een paspoort naar de wereld waar wij en andere honden in moeten leven.
Eerder verschenen in het boek “Katz on Dogs” door Jon Katz
Vertaling door Reilley-Keir met toestemming van de auteur