Mentaliteit van de hond tijdens beginnende training. Beverly Lambert.
“Ik heb mijn eerste jonge hond en ik heb er erg veel zin in om met hem te beginnen aan de training schapendrijven. Hij is 10 maanden oud en hij rent rondjes om het vee heen wanneer ik in het midden bij ze sta. Maar hij gaat er krap omheen en blijft maar rennen. Hoe krijg ik hem zover dat hij langzamer gaat lopen en op mij let?”
Het hele punt van de vroege training is het werken aan de houding van de hond ten opzichte van het vee en het werk zelf. De hond moet accepteren dat hij met het vee moet werken en er niet achteraan moet jagen en dat hij dat werk met jou als handler moet doen. Totdat de hond deze basis principes van het schapendrijven snapt is het erg moeilijk hem iets anders te leren.
Alle beginoefeningen die je met een hond doet hebben dit principe als einddoel. Ik vind het prettig om, net als jij, te beginnen met een hond die 15 tot 20 rustige schapen bij elkaar in een groep houdt. Ik gebruik graag rustige schapen omdat ik niet wil dat de schapen de hond onnodig een excuus geven om te gaan jagen en niet meer op mij te letten. Schapen die rustig bij mij stil staan is al zo opwindend voor een jonge hond dat dat vaak al genoeg is om er midden in te stuiven en zich als een idioot te gedragen. Dit is een goed moment om te beginnen de hond wat manieren ten opzichte van het vee te leren.
Eerst geef ik de hond een kans om te kalmeren. Ik geef hem de gelegenheid om twee of drie minuten rond de schapen te rennen. Maar wanneer hij er tussen wil springen, dan probeer ik hem te blokkeren en mijn aanwezigheid te gebruiken om het te dwingen terug te gaan.
Dit is het begin van de eerste les van een jonge hond; “Spring niet tussen de schapen om ze te bijten.” Ik leg net genoeg druk op de hond als die hond nodig heeft om hem die les te leren. Als de hond naar de schapen begint te rennen leg ik druk op de hond. Bij sommige honden bestaat dit alleen maar uit het zeggen van; “hé hé, ga terug!” terwijl ik een stap in de richting van de hond doe. Een erg gevoelige jonge hond zal dit opvatten als flinke druk en van mij terugwijken als reactie. Een andere hond zal het misschien niet eens horen en het nodig hebben dat ik voor hem ga staan en met een zak of een stok voor zijn neus sta te zwaaien alleen maar om zijn aandacht te krijgen.
Deze eerste les is cruciaal. Een hond trainen die geen goede houding heeft naar de schapen toe is erg moeilijk. Een hond die het vee ziet als toevallige slachtoffers waar je op af kan gaan op het moment dat de kans zich voordoet, zal nooit een betrouwbare hulp zijn. Hij moet vroeg leren dat het vee geen speelgoed is.
De volgende belangrijke les is dat de hond op mij moet letten. Gelukkig kunnen de lessen één en twee tegelijkertijd worden geleerd. Wanneer de hond leert dat hij de schapen niet mag aanvallen leert hij tegelijk dat hij beter op mij kan letten.
Het gevaar hierbij is echter dat de eerste paar keer dat de hond naar het vee toegaat, hij zo opgewonden is dat hij eigenwijzer lijkt dan hij in werkelijkheid is. Wees voorzichtig met het onder druk zetten en voer die druk geleidelijk op om zijn aandacht te krijgen en hem weg te sturen van de schapen. Het is erg makkelijk om je te vergissen in de opwinding van de hond of eigenwijsheid en om daardoor te vroeg een jonge hond te veel te corrigeren. Doe het de eerste paar keer rustig aan wanneer je naar de schapen gaat en voer de hoeveelheid druk die je op de hond legt langzaam op. Ook wanneer je training vooruitgang boekt zou je hond telkens gevoeliger en actiever op je correcties moeten gaan reageren, dus wees flexibel en pas telkens je toon aan aan de reacties van je hond.
Een getalenteerde jonge hond raakt snel verveeld door het telkens rondjes rennen om het vee heen dus ik begin achteruit over het veld te lopen om de hond de kans te geven om de schapen naar mij toe te brengen terwijl ik wegloop. Hiermee voeg ik les drie en vier toe aan de lessen een en twee. Les drie leert de hond om het vee in balans naar mij toe te brengen en bij mij te houden. In les vier moet de hond leren om linksom of rechtsom om de schapen heen te lopen. De meeste honden hebben een sterke voorkeur voor één kant en ik gebruik dit vroege stadium om de hond te helpen om zich comfortabel te gaan voelen met beide kanten. Gedurende de alle lessen, moet je echter nooit de meest belangrijke les uit het oog verliezen. De hond moet het vee en de handler respecteren. Wanneer hij gaat jagen of op wat voor manier ook de schapen slecht behandelt moet hij onmiddellijk de afkeur van de handler voelen en wel op zo’n manier dat het slechte gedrag stopt en hij nadenkt over wat er verkeerd ging.
De truc bij dit alles is om de hoeveelheid druk te gebruiken die past bij de hond en op het juiste moment zodat de hond snapt wat hij verkeerd deed. Dat betekent dat de hond gecorrigeerd moet worden voor wat hij denkt en niet voor wat hij doet. Het is erg makkelijk om te zien dat de hond het vee aanvalt wanneer hij een schaap bij de staart meesleurt. Dat is echter veel te laat om te corrigeren. De correctie moet gegeven worden wanneer de hond denkt “Ik ga dat schaap bij zijn staart grijpen” en niet wanneer hij al bezig is en zijn hersens sowieso niet meer gebruikt.
De meeste ervaren handlers doen deze vroege training zoals ik heb beschreven omdat het voor hun redelijk makkelijk is om het moment dat honden de verkeerde gedachten hebben te voorspellen en direct te corrigeren. Een zachte attente hond kan redelijk makkelijk op deze manier door een niet zo ervaren handler getraind worden omdat zo’n hond minder vaak verkeerde ideeën zal hebben en deze makkelijk de kop in kunnen worden gedrukt door één of twee stappen in de richting van de hond te doen om er druk op te leggen.
Jammer genoeg hebben onervaren handlers vaak erg vastbesloten honden, of maken, door te vroeg en te streng te corrigeren, zachte honden harder. Deze honden kunnen door de onervaren handler vaak moeilijk worden gecorrigeerd omdat de handler vaak niet ziet wanneer de hond een aanval op het vee plant en daarmee dan al begonnen is. Omdat het idee is om de hond te leren niet aan te vallen, is een correctie die wordt gegeven nadat de aanval begonnen is, niet effectief.
Wanneer een beginnende handler een wat moeilijke hond heeft raad ik aan om de hulp van een professionele trainer in te roepen. Een les of een clinic kan waardevolle inzichten geven om je timing te verbeteren en te leren zien wanneer de gedachten van je hond de verkeerde kant op gaan.
Ik heb wat successen geboekt door beginnende handlers met dit soort honden het gebruik van een lange lijn te leren. Ik begin hun training door ze te leren te drijven, zodat hond en handler beiden aan dezelfde kant van het vee werken, waarbij de handler de hond aan de lijn heeft. Zo is de handler in de juiste positie om de hond te corrigeren op het moment dat hij er aan begint te denken om achter de schapen aan te gaan. Bij het gebruik van de lijn op deze manier, kan de handler de hond een beetje ruimte geven en wanneer de hond begint te jagen geeft de lijn de correctie, net zoals de hond leert om niet te trekken aan de lijn.
Vertaling door Reilley-Keir met toestemming van de auteur.