Home en Nieuws
Avondtrainingen 2012
Trials Uitleg
Tweeling geboorte
Naar Buiten
Reilley-Keir
Reilley-Keir Honden
Border Collies
Schapen
Indische Loopeenden
Schaapskudde Loenen
Welsh Pages
Clinics
Columns
Trainingsartikelen
Wat is Balans?
Waarschuwingssignaal
Rose
Train voor niets
Zint voor je begint
Een goed begin
Socialisatie
Schema Ian Hunter
Pups opvoeding/start
Pup opvoeden/trainen
Training Julie Hill
Mentaliteit
Les nemen
Aanbevolen boeken
Bekeken films
Foto's
WT foto pagina
Links
Archief
Contactformulier
Website Index

Les nemen. Candy Kennedy

 
De laatste tijd heb ik een aantal verzoeken ontvangen om informatie over lessen. Deze sport groeit soms met sprongen, net als het aantal mensen dat lessen wil nemen. De meeste van hen zijn beginners die niet weten wat zij van klassikaal les kunnen verwachten. Ik wil dus het geheim onthullen voor de beginnende handlers, die nog niet zo bekend zijn met de wereld van de werkhond, zodat ze weten wat ze te wachten staat. Ook wil ik uitleg geven over het stadium van training waarin hun hond moet zitten, om het meeste profijt van de lessen te kunnen hebben (de handler, niet de hond). Hier dus wat informatie over hoe ik met mensen begin die nooit eerder met een hond gewerkt hebben en de verschillende valkuilen waar de leerling voor uit moet kijken.
Ik zal beginnen met een klein beetje achtergrond over het “waarom” ik ben begonnen met les geven. De hoofdreden is mijn ontdekking dat nadat ik een hond had getraind en hem terugstuurde naar zijn eigenaar, de hond wist wat hij moest doen maar de eigenaar niet. Dat vond ik naar beide partijen toe niet eerlijk en daarom ben ik begonnen met het les geven. Persoonlijk vind ik het makkelijker om honden iets te leren dan de eigenaren. Dit betekent niet dat ik het niet leuk vind om te doen, want ze geven me een ander perspectief dan wanneer ik alleen de hond train. Ik heb het gevoel dat het lesgeven me heeft geleerd om “concrete acties” om te zetten in “abstracte” woorden.
Een hond heeft instincten die ik gebruik en door dit te doen in combinatie met mijn lichaamstaal kan ik alles aan de hond duidelijk maken. Een mens leert ook door dingen te doen, maar hij heeft mondelinge instructie nodig over het ”waarom”. Ik kan niet vertrouwen op mijn lichaamstaal en zeker niet op de instincten van de leerling om over te brengen wat ik bedoel. Dit betekent dat ik moet analyseren wat ik doe – wat de hond doet – en dit vertalen in woorden, die de leerling kan begrijpen. Het dwingt me om te denken en ik heb het altijd leuk gevonden om over dingen na te denken. Het lesgeven helpt dus niet alleen de leerlingen, maar het helpt mij om in mijn hoofd helder te krijgen waarom ik train zoals ik train en wat ik vraag van een hond.
Ik gaf vroeger twee à drie keer per week les maar in de laatste jaren ben ik door drukte teruggegaan naar één keer per week. Wanneer ik les geef probeer ik vijf mensen per keer in te plannen, zodat ze niet uren lang hoeven te blijven. Toch blijven de meeste mensen om al de honden aan het werk te zien. Meestal zien ze de vooruitgang van de anderen en moedigen dat aan. Dit geeft ze inzicht in niveaus waar zij zelf misschien nog niet zitten, maar die zij later met hun honden kunnen gebruiken. Ik moedig mensen altijd aan om te luisteren en vragen te stellen, niet alleen over hun eigen honden maar ook over die van anderen. Leerlingen zeggen vaak dat ze het makkelijker vinden om iemand anders met hetzelfde probleem aan het werk te zien. Blijkbaar is het makkelijker je te concentreren wanneer je je geen zorgen hoeft te maken waar de schapen heengaan en wat je hond aan het doen is.
Ik begin meestal in een ronde pen, zonder de eigenaar van de hond. (De vergelijking die ik maak is – het is hetzelfde om iemand te leren paardrijden op een paard waarop nog nooit gereden is!) Ik geloof dat beginnende honden zich beter voelen wanneer zij iemand bij zich hebben die weet wat ze doen. Wanneer de hond niet wil werken zonder zijn eigenaar, dan laat ik de mensen binnen komen en aan de zijkant erbij staan. Ik heb erg makke schapen, die weten dat ze bij mij moeten komen. Dit helpt om de situatie in de hand te houden, zonder in de weg van de hond te staan. Ik besteed eerst wat tijd om de hond te analyseren voor hij echt bij de schapen wordt gelaten. Wanneer ik het gevoel heb dat het een “harde” hond is dan zal ik er boven op zitten op het moment dat hij de pen inkomt. Zo bereik ik dat de hond aan mij zal denken wanneer hij aan het werk is. Met de “zachtere” honden praat ik wanneer zij binnen komen, waardoor ik vertrouwen probeer te wekken. Door naar de interactie tussen eigenaar en hond te kijken kan je vaak al zien wat voor hond het is. Ik vraag ook aan de eigenaar wat voor hond het is om te checken of mijn gevoel juist is. De meeste beginnende handlers weten echter niet hoe hun hond is, dus vaak eindig ik met het volgen van mijn eigen gevoel.
Pups beginnen allemaal op een andere manier, dus wat jouw pup ook doet, laat je niet ontmoedigen. Wanneer je pup vrij weinig interesse heeft in schapen, geef hem dan wat tijd – het kan zijn dat hij onzeker is of het echt wel de bedoeling is dat hij dit doet. Het is ook niet ongewoon dat een hond vanaf het begin wil jagen. Dit is de reden dat ik schapen heb die aan honden zijn gewend. Het geeft me controle over de situatie zonder controle over de hond te hebben. Een hond die begint weet niet waarom ik achter hem aan komen, dus ik moet hem duidelijk maken dat hij mag werken, maar dat de reden dat ik achter hem aankom is, dat hij niet op de juiste manier werkt.
Het is belangrijk in dergelijke eerste lessen dat de hond de kans krijgt om de schapen te ontdekken. Hij moet leren de schapen te lezen… hoe hij in balans staat en wat druk is. Hij moet een kans krijgen om uit te vinden dat wat hij doet, een reactie bij de schapen te weeg brengt. Ik probeer de schapen bij mij te houden zodat ik de hond op afstand kan houden. Sommige honden zijn ruw bij de schapen, gewoon omdat zij onzeker zijn over hoe zij de schapen in beweging kunnen brengen; ze gebruiken dan eerder hun tanden dan hun “eye”. Het heeft tijd en zelfvertrouwen nodig om zich te ontwikkelen.
Het is moeilijk aan te geven hoelang we in de pen blijven werken. Sommige mensen komen 2 à 3 keer in de week en gaan snel vooruit. Sommigen komen zo zelden dat het moeilijk voor de hond is om iets te leren omdat zij door de opwinding bij het zien van schapen zichzelf niet onder controle hebben. Ik ga uit de pen wanneer ik het gevoel heb dat de hond probeert op de juiste plek te komen. Ik ga naar een groter veld met dezelfde makke schapen die me helpen de zaken onder controle te houden. Al die tijd blijven de schapen bij mij omdat ze weten dat ik veilig ben… De hond denkt dat hij ze onder controle houdt. Dit geeft hem zelfvertrouwen dat we telkens op blijven bouwen.
Ik beweeg mij over het veld in figuren van 8; dit moedigt de hond aan om naar elke kant te flanken, waarbij ik probeer de schapen niet om mij heen te laten lopen. Ik wil dat de hond voortdurend contact houdt. In het begin stadium is hij vaak te dichtbij, zodat hij telkens moet flanken omdat de schapen door teveel druk langs mij heen willen. Ik leg hem niet af om de druk te verlagen, maar in plaats daarvan probeer ik hem te laten uitvinden hoeveel druk nodig is om de schapen in beweging te houden zonder ze van slag te brengen. Sommige honden hebben dit van nature en bij sommige vergt het veel tijd en geduld. Ik denk dat dit één van de belangrijkste onderdelen van de training is. Wanneer je een goede solide basis hebt bij de hond, dan gaat de rest veel sneller. Wanneer een hond leert schapen drijven zonder dat elke stap uitgebreid is aangeleerd, dan kan ook een beginnende handler met hem trainen. De meeste beginners stappen het veld in en weten het verschil tussen “Come Bye” en “Away” niet meer! Dus wanneer een hond eraan gewend is om zelf te werken en weet hoe hij schapen in beweging moet brengen, dan hoeft de beginnende handler alleen maar te onthouden dat hij achteruit moet lopen.
Een andere vaak gemaakte beginners fout – de hond afleggen elke keer dat hij te dicht bij de schapen komt. Het eindresultaat is dat de hond alleen weet hoe hij schapen moet jagen. Wanneer de schapen reageren door te gaan rennen schreeuwt de handler dat de hond moet gaan liggen. De schapen gaan langzamer lopen, de hond mag weer en de jacht begint opnieuw. Ik probeer dit te voorkomen door de hond in het begin te leren dat het hun verantwoordelijkheid is om de schapen onder controle te houden. Dus wanneer de beginnende handler met de hond aan het werk gaat, in plaats van ik, hebben ze een hond die ze probeert te helpen en niet een die problemen veroorzaakt. Dat is voor sommige honden makkelijker dan voor anderen, maar ik probeer altijd zo natuurlijk mogelijk met een hond te beginnen. Ik denk ook dat beginnende handlers zo vaak “Come Bye” en “Away” willen gebruiken dat de hond geen stap kan zetten zonder een commando. Ik probeer uit te leggen dat de commando’s meer zijn dan richting aangeven. De hond kan in de goede richting gaan en het toch fout doen. Wanneer hij 90 mijl per uur rent en niet nadenkt, dan maakt het mij niet uit of zij linksom hebben gezegd en de hond gaat linksom – hij doet het gewoon niet goed! Dit lijkt een moeilijk concept te zijn voor de beginners, want ze zijn zo blij dat de hond begreep wat zij zeiden, dat ze niet snappen dat de hond het toch niet goed deed. Je moet op de houding van de hond letten. Denkt hij na? Hij moet altijd nadenken. Je kan al in de problemen raken nog voor je de woorden uit je mond hebt; wanneer de hond doet wat jij zegt zonder na te denken. Je moet er op staan dat de hond niet alleen doet wat jij zegt, maar ook nadenkt over wat hij doet.
Een ander punt dat beginners moeten begrijpen is de enorme hoeveelheid tijd die het trainen van een hond vergt – wanneer je tenminste succesvol wil zijn. Het is niet erg wanneer mensen dit part time willen doen; we hebben allemaal nog andere bezigheden. Je moet dan echter niet boos op de hond worden wanneer hij niet werkt als een kwalificatie hond. Je ziet professionele handlers met hun hond werken en dan kan je denken dat dat er zo makkelijk uitziet. Dat is het niet! Het vergt heel veel tijd, werk en inzet om het zo makkelijk te laten lijken. Ik zeg niet dat je er dezelfde tijd en energie in moet steken als een professional, maar dan kan je ook niet dezelfde resultaten verwachten. Je kan niet om de andere week of zelfs één keer per week je hond trainen en dan een hond hebben die prima wedstrijden loopt. Ik respecteer de hoeveelheid tijd en geld die veel leerlingen in hun hobby steken. Velen doen het omdat ze plezier hebben in de voldoening die hun honden hebben in het schapen drijven. Ze moeten echter wel realistisch zijn in hun verwachtingen en niet denken dat hun hond elke trial zal winnen. Zij bekijken de wedstrijden als een middel om te zien hoeveel zij getraind hebben thuis en dat geeft ze een idee hoeveel zij nog moeten doen. Met andere woorden een wedstrijd is een soort maatstaf van hun vooruitgang.
Op dit punt wil ik nog wijzen op een andere beginnersfout. Beginners denken dat wanneer zij maar één keer per week kunnen trainen, dit dan ook een uur achter elkaar doen. Wanneer je met een hond langer dan zijn “wil om te werken” doortraint zul je hem zeer snel opbranden! Ik zie honden die het plezier om te werken verloren hebben en het alleen maar doen omdat ze uur na uur gedrild zijn. Je moet nooit met een hond werken tot het punt dat hij niet meer wil. Als je het idee hebt veel te hebben gedaan en als je niet wil stoppen wanneer het mis gaat, stop dan meteen en train na een uur nog even. Zo blijft de hond enthousiast om te werken, wat een vereiste is om een hond naar zijn beste kunnen te laten werken.
Nog een andere waarschuwing; In de afgelopen jaren zijn een flink aantal mensen gaan “les geven”. I denk niet dat iedereen geschikt is om les te geven en ik geloof dat men erg voorzichtig moet zijn met zijn keuze van een trainer. Sommige mensen kunnen leuk praten, maar hebben nog nooit een hond naar een hoog niveau getraind. Als iemand les geeft en nog nooit een hond naar een kwalificatieklasse heeft weten te trainen (en dat is niet hetzelfde als een keer mee hebben gedaan) dan zullen er grote hiaten zijn in zijn trainingsvaardigheden. Ik zal een voorbeeld geven van de mogelijke vervelende gevolgen voor een eigenaar die les had genomen van iemand die zelf geen hond op hoog niveau had getraind.
Stel dat een leerling een hond heeft die het leuk doet in Novice klasse en die probeert om een klasse hoger te komen. Uiteindelijk bereikt hij zijn doel, maar moet constateren dat zijn hond niet goed genoeg is om de wedstrijd uit te lopen. Hij is in de war, want zijn hond deed het zo goed in de Novice… maar wat hij niet snapt (en, belangrijker, wat ook zijn leraar niet snapt) is de reden daarvoor. Niet alleen zijn Novice trials kleiner, maar daarbij wordt ook gebruik gemaakt van schapen die honden gewend zijn, dus vaak lijkt een niet al te sterke hond perfect. Een meer ervaren trainer zou de eigenaar van de hond verteld hebben om meer “push” te trainen, voordat hij ook maar overwoog om aan een hogere klasse mee te doen. Het punt dat ik wil maken is dat wanneer je les neemt van een trainer die zelf niet in een hoger niveau werkt met zijn hond, dan weet deze trainer zelf ook niet wat voor extra’s je hond nodig heeft. Iemand met meer ervaring weet het verschil wel. Het is maar een klein voorbeeld – maar er zijn er veel meer. Er is een wereld van verschil tussen Nursery/Novice wedstrijden en kwalificatie klasse wedstrijden.
Je moet ook rekening houden met het feit dat wanneer je les wil geven, je niet alleen moet weten hoe je een hond moet trainen, maar dat je de informatie ook aan de leerling moet kunnen doorgeven. Ik denk dat veel mensen het geweldig doen met hun eigen honden maar dat zij niet goed zijn met mensen. Dan krijg je nog de verschillen in persoonlijkheid, waar er net zo veel van zijn als de verschillen in honden en je moet bekijken welke trainer het best bij je past. Sommige trainers vertellen je uitgebreid wat je fout doet… sommige laten je eerst je eigen fouten maken en dan pas willen ze je helpen… anderen wachten tot je ze om advies komt vragen. Ik denk dat wanneer je een trainer hebt gevonden die bij jou past, dat je bij hem moet blijven en niet telkens moet veranderen.
Na dit gezegd te hebben wil nog iets duidelijk maken wat nog belangrijker is in het maken van de juiste keuze. Er zijn in principe twee methodes om een hond te trainen… de eerste is ZORG dat een hond luistert (met ander woorden “breek hem”) … de andere is werk MET de hond, waarbij je de vaardigeden van de hond om samen te werken ontwikkelt. Je moet de methode kiezen waarbij je je goed voelt. Denk eraan, lessen zijn clinics die lang duren.
Wat betreft clinics geloof ik dat je er nooit genoeg kunt bezoeken, want hoe meer je leert hoe beter je zult trainen. Twee WAARSCHUWINGEN echter: Ten Eerste… ik geloof dat de persoon die de clinic geeft minimaal een aantal Open wedstrijden gewonnen moet hebben met meer dan één hond, immers waarom zoveel geld betalen voor een clinic van iemand die maar net iets meer weet dan jijzelf. Ten Tweede… Informeer van te voren naar de trainingsmethode van degene die de clinic geeft. Wanneer je niet zeker bent ga dan alleen als kijker. Je kan je hond in de war brengen wanneer je methodes anders zijn dan jouw hond gewend is. Gebruik je gezond verstand en wanneer je je er niet goed bij voelt, doe het dan niet! Het enige verschil tussen en clinic en lessen is de hoeveelheid tijd die je er spendeert. Wanneer je op een clinic iets verkeerd traint, dan is dat eenmalig en heeft dit minder consequenties dan wanneer je het één keer per week gedurende zes maanden fout doet, maar het heeft wel consequenties. Dus, nogmaals, ga als kijker. Een groot voordeel van een clinic is dat je veel problemen van veel handlers kunt zien, die zij zelf niet hebben kunnen oplossen. Op die manier hoor je verschillende oplossingen voor problemen die je zelf (nog) niet hebt. Het helpt altijd om zaken in verschillende perspectieven te zien. Ik ga nog steeds naar clinic, meestal al toeschouwer omdat ik er van geniet om te horen hoe andere mensen trainen. Wat deze sport zo leuk maakt is dat je nooit alles zal leren wat er te leren vast. Dingen blijven veranderen omdat geen enkele hond hetzelfde is – noch de koppels schapen en daar kan je nog de verschillende locaties aan toevoegen. Er komt geen eind aan de variabelen. Ik wil nog één ding aan dit artikel toevoegen... Ik denk dat de beste clinics die clinics zijn waar de leerlingen vragen stellen. Ik heb altijd plezier in een goede vraag en ik denk dat de meeste trainers het daarmee eens zijn… dat is wat het nieuw en interessant houdt.

Vertaling door Reilley-Keir met toestemming van de auteur.

Reilley-Keir Border Collies
info@reilley-keir.com