Hun grootste roem kregen de Loopeenden door hun enorme vermogen om veel eieren te leggen; zo’n 300 per jaar.
De bekende natuur wetenschapper Alfred Russel Wallace schreef na zijn bezoek aan Indië in 1856:
“From Bali quantities of dried beef and ox-tails are exported, and from Lombock a good manu ducks and ponies. The ducks are a peculiar breed, which have very long flat bodies, and wolk erect almost like penguins. They are generally of a pale reddish ash colour, and are kept in large flocks. They are very cheap and are largely consumed by the dcruws of the rice ships, by whom they are called Baly-soldiers, but are more generally known elsewhere as penguin-ducks.”
Al in 1876 werden de Indische Loopeenden geshowd in Dumfries en in 1896 in Kendal.
In 1901 waren de meeste Loopeenden gekruist met de gewone in Engeland voorkomende eenden en pas in 1909 werden nieuwe originele eenden vanuit Lombok en Java in Engeland geïmporteerd om de bloedlijnen weer zuiver te krijgen. Hieruit ontstond de ons bekende moderne Indische Loopeend.