Laatst bijvoorbeeld, moest ik ècht even weg. Het duurde maar een kwartier en ik lever mijn koffiepauze er voor in, maar toch…
Pino, het zomerlammetje bij Reilley-Keir had weer wat. Het beestje is nu zes weken oud en hij heeft me in die luttele weken van zijn leven meer werk gekost dan al zijn collega-schapen bij elkaar. Zijn eerste zet was al, om geboren te worden uitgerekend in de enige vijf dagen dat ik deze zomer niet thuis was. Ik kreeg dus het onverwachte en heugelijke telefoontje op mijn vakantieadres. En er was al meteen sprake van dat moeder en lam naar hun rechtmatige eigenaar terug zouden gaan, nog voor ik beiden gezien zou hebben. Ettelijke telefoontjes, wat stress en een paar keer diep ademhalen later, was ik eigenaar van een twee-jarige ooi met een klein ramlammetje. We noemden ze Clementine en Pino. Het zal geen gewoonte worden om schapen een naam te geven, maar in dit geval hadden we wat te vieren.
Met het eigenaarschap kwam een nog grotere verantwoordelijkheid. En Pinootje maakte het waar door binnen een week mank te lopen. Samen met zijn moeder natuurlijk, want éénheid maakt macht en als ik zonodig schapen wil, zal ik dat weten ook!
Een enorme injectiespuit kreeg ik mee, en een flesje peniciline en een enge naald. Drie achtereenvolgende dagen moest moeder een injectie hebben. De eerste dag wist ze nog niet wat de bedoeling was en haar aarzelend vertrouwen in mij werd direkt afgestraft. Dag twee en drie liepen daarom wat minder soepel. De blauwe plekken op mijn benen beginnen langzamerhand een beetje weg te trekken! Clementine was sneller hersteld, want die liep na twee dagen al weer triomfantelijk rond. Haar zoon was, uiteraard, een ander geval. Een volhoudertje hoor, maar wat een zielig gezicht, zo’n klein onschuldig wollig beestje dat mank loopt. Van “niets aan te doen”, tot “dagelijks masseren” luidden de adviezen om mij heen en ik probeerde alles. Ik ben echter níet zo’n volhouder en als beginnend schapenhouder wilde ik geen risico’s lopen. Ik belde dus, tegen de adviezen in, de veearts. Een héél goede zet en een verhelderend half uur. Wat heb ik in die korte tijd veel geleerd. Pino, die zelfs in zijn conditie nog uitblonk in snelle wendingen en wegduiktechnieken, hing binnen twintig seconden hulpeloos onder de arm van de veearts. Een blik op het hoefje onthulde een ontsteking en zonder een spier te vertrekken wandelde de veearts naar zijn auto, lam onder de arm. Uit een lade in zijn achterbak, haalde hij een losse naald, losse spuit en een flesje antibiotica, vulde het éen met het ander en gaf Pino zijn injectie. En dat alles met één hand! Mijn mond moet open hebben gestaan. Ik heb nog veel meer te leren. Na nog een dag of vijf blauwspray, liep ook Pino weer op vier pootjes.
Nu ziet het er wat ernstiger uit. Gisteren kreeg ik bericht dat het lammetje onder het bloed zat! Met een wee gevoel in mijn middenrif, sprong ik in mijn laarzen en reed naar het veld. In de trailer stonden Clementine met haar bebloede zoon. Wat een vreselijk gezicht! De rechterkant van zijn kop en zijn borstkas glansden van het verse bloed. Zijn oog zat ermee dichtgeplakt en zijn hoorntje was verdwenen. Een bloederig rood stompje was alles wat er van zijn trots beginnende hoorntje over was. Even liet ik al mijn adem weglopen en sloot het deurtje van de trailer. Ik graaide in mijn zak en belde de veearts. “Blauwspray erop en over een paar uur moet het gestopt zijn met bloeden.” ’t Klonk als een fluitje van een cent! Ik opende opnieuw de trailer en liet Clementine naar buiten, want als ik aan Pino zit, zit ik aan haar en opgesloten zitten met een sterk bokkend schaap in een kleine ruimte zou mijn werktempo ernstig verlagen, dacht ik. Pino blaatte één keertje, deed één stapje terug en sprong met een kolossale schuine sprong over het anderhalve meter hoge hek en belandde keurig naast de loopplank in het gras.
Niet voor één gat te vangen riep ik Neala, als partner in de strijd, bij me. “Ga Pino maar halen,” luidde de opdracht. En even later kon ik hekje èn loopplank sluiten. Door het zijdeurtje klauterde ik naar binnen. Wéér fout natuurlijk, want nu raakte Pino in paniek. Met sprongen tot letterlijk aan het plafond, druipend van het bloed, was hij nauwelijks tot bedaren te brengen. Maar inderdaad, toen ik hem eenmaal te pakken had, was de behandeling een fluitje van een cent. Mijn bebloede handen schoonmakend kon ik Pino blatend alweer naar zijn moeder zien rennen.
Inmiddels gaat het stukken beter met hem; hij ziet er niet meer zo griezelig treurig uit, irriteert de andere schapen als nooit tevoren en is verder van niets of niemand erg diep onder de indruk.
Ik zit nog even met een trailer die eruit ziet als een slachthuis en een stapel bebloede kleren. Maar waar heb je anders een hobby voor!
Anna, 8 september 2008